20e Colloquium Neerlandicum Agenda

11:00 - 12:30
Locatie: MSI 00.14
Visies op Bredero na 400 jaar - Panel 1 De dynamische Bredero
Lia van Gemert1, Marc Van Vaeck2, Hubert Meeus3, Johanna Ferket3, Stefan Kiedron4, Joanna Skubisz4, René van Stipriaan10, Franco Paris6, et al.
1Universiteit van Amsterdam, Amsterdam, Nederland
2KU Leuven, Leuven, België
3Universiteit Antwerpen, Antwerpen, België
4Universiteit van Wrocław, Wrocław, Polen
6Universiteit van Napels L'Orientale, Napels, Italië
10René van Stipriaan, Amsterdam, Nederland

In het 400ste sterfjaar van de Amsterdammer G.A. Bredero willen we in twee panels van 90 minuten aandacht besteden aan deze levendige auteur. In het eerste panel wordt gereflecteerd op vernieuwende elementen uit Bredero’s werk en de receptie van zijn oeuvre binnen en buiten de Republiek. In het tweede panel komen Bredero’s toneel en lyriek in actualiserende context aan de orde, speciaal de didactische mogelijkheden in literatuuronderwijs en creatieve taalvaardigheid in NT2-onderwijs.

Panel 1 - De dynamische Bredero voorzitter: Marc Van Vaeck
Alles in het werk van de dichter G.A. Bredero die op 23 augustus 1618 plotseling overleed, ademt beweging. Met expressieve taal bracht hij moeiteloos alle menselijke emoties in beeld, met nuances van humor, ernst, ruigheid en elegantie. Zijn carrière duurde kort, maar lang genoeg om iedereen versteld te laten staan van zijn talent. Hoewel hij maar een eenvoudige burgerjongen was, bracht Bredero een schokeffect teweeg in de literaire wereld. Eigenzinnig baande hij de weg voor vernieuwingen, bijvoorbeeld in taalvoering, stofkeuze en uitbeelding van volkse karakters.

In dit panel worden vernieuwingen belicht en aspecten van hun receptie door de tijd heen besproken. Deelnemers zijn Bredero-specialist René van Stipriaan, Bredero- vertaler Franco Paris, toneeldeskundigen Hubert Meeus en Johanna Ferket, en Stefan Kiedron, provenance specialist voor vroegmoderne Nederlandse literatuur. Een algemene discussie besluit het panel.

René van Stipriaan: Bredero en het poëticaal 'decorum'
Bredero toont zich in zijn oeuvre een pleitbezorger van een specifiek poëticaal decorum: een personage is pas levensecht als het zich naar aard en opleidingsniveau uitdrukt: een boer praat ‘boerachtigh’, een smid heeft het toch vooral over ‘yser en kolen’ en een prostituée over vleesachtige zaken. Niemand was beter bedreven in het toepassen van dit type decorum dan Bredero; hij is er bovendien min of meer de uitvinder van (zij het met Jan van Hout en Samuel Coster als wegbereiders). Dit succes bleek voor zijn populariteit echter een keerzijde te hebben.

In de tweede helft van de zeventiende eeuw begon dit poëticaal decorum snel aan relevantie in te boeten. Niet datgene wat personages naar hun aard uitspreken werd de norm, maar datgene wat de oren van het publiek wilden of m
ochten horen. Het had grote gevolgen voor de populariteit van Bredero’s werk.

Franco Paris: Het zuidelijke accent van Mieuwes, Jaap en Leen
In 1999 verscheen bij de Italiaanse uitgeverij Ariele in Milaan mijn integrale vertaling van het Groot Lied-Boeck uit 1622: het Grande Libro dei Canti di Bredero. Dit was een bijzonder uitdagende opdracht. Het is nu eenmaal zo, dat Bredero’s literaire faam vooral te danken is aan de fantastische weergave van sappige volkstaferelen. De vertaling van zulke gedichten was uiteraard niet eenvoudig. Bredero’s taalgebruik is een weerspiegeling van een enorm snel groeiend Amsterdam met allerlei soorten taalinvloeden. Men krijgt de indruk dat alles echt is en dat de platheid aan de ene en het mengelmoes van dialecten aan de andere kant onmisbare elementen zijn.

Maar kan een standaardtaal, in dit geval het Italiaans, wel zo’n rijkdom aan nuanceringen weergeven? Of is de soms grotere zeggingskracht van een dialect, bijvoorbeeld het Napolitaans, hiertoe geschikter? Het Napolitaans heeft trouwens in dit opzicht een niet onrelevant verleden. De eerste tekst in dit dialect dateert uit 1339, een kort verhaal geschreven door niemand minder dan Giovanni Boccaccio, die tijdens zijn verblijf in Napels onder de indruk was van de taal van het gewone volk. Kan het Napolitaans voor Bredero’s volkse tafereeltjes communicatiever zijn dan het Italiaans?

Hubert Mees: Ridders op het Amsterdamse toneel
Het ernstige toneel van Bredero heeft altijd minder aandacht gekregen dan zijn komische. Nochtans is dit ernstige toneel geïnspireerd op de Palmerijnromans, baanbrekend en vernieuwend voor zijn tijd. In de zestiende eeuw hadden ridderverhalen in proza zich ontwikkeld tot een nieuw genre, dat onder de noemer ‘volksboek’ veel succes kende. Bredero gebruikte het als eerste om de internationale ridderverhalen voor het Amsterdamse publiek te dramatiseren en is daarmee een voorloper van een nieuwe vorm van toneel, die bewust ingaat tegen de klassieke opvattingen van een aantal van zijn tijdgenoten zoals Hooft, Coster en Vondel. Het is de vraag, of hij zo ook op een ander publiek mikte: de lezers van de volksboeken?

In mijn lezing zal ik ingaan op de vernieuwende rol van Bredero’s ernstige toneel en de verhouding van zijn stukken tot die van zijn directe collega’s en tot het internationale repertoire van zijn tijd uit Frankrijk, Spanje en Engeland.

Johanna Ferket: ‘Is Bredero van ons berooft, die ons so soet kon stichten! Men siet hier Bred’roos Geest’. Bredero als model voor maatschappijkritiek in het zeventiende-eeuwse toneel?
Bredero’s kluchten en blijspelen bevatten veel maatschappijkritiek. Bredero legde zijn volkse personages kritiek vanwege alledaagse ergernissen zoals mode, bedelarij, vreemdelingen en beroepsgroepen in de mond. Door zijn sterke karakters en de grote hoeveelheid kritische uitweidingen was Bredero toonaangevend voor het zeventiende-eeuwse komische toneel. Schrijvers van een latere generatie, zoals W.D. Hooft en G.A. Duircant, werden zelfs als een ‘tweede Bredero’ bestempeld, omdat ze hem navolgden in het veelvuldig bekritiseren van de maatschappij.

Hoe ‘origineel’ waren zij? Reageerde deze generatie op de actualiteit, of is er sprake van literaire doorwerking van Bredero en kunnen maatschappij-kritische passages uit hun toneelstukken inderdaad op zijn werk teruggevoerd worden? De antwoorden op deze vragen kunnen nieuw licht werpen op de verhouding van Bredero’s werk tot de latere komische toneelschrijvers en de originaliteit van de maatschappijkritiek in Hoofts en Duircants toneelstukken.

Stefan Kiedron: Bredero 'buitengaats'
In deze bijdrage wil ik enkele receptie-aspecten van onder andere Bredero’s werk in de landen van de Boheemse Kroon onderzoeken: in Bohemen, Moravië, Silezië en de Lausitz. Bredero’s teksten werden in het toenmalige Europa (zeker ten noorden van de Alpen) vooral door middel van boeken verspreid - en ook 400 jaar na zijn dood kunnen wij ze hier in enkele collecties nog vinden. Een concreet voorbeeld is de bundel Alle de wercken (Haarlem, T. Fonteyn, 1644, BUWr 467299), die in bezit was van Engelbert von der Burgh en Gottfried Scharff. De tweede, een Silezische bibliofiel uit de vroege Verlichting, had een reusachtige blibliotheek met onder meer bijna 900 neerlandica.

Bredero is evenwel niet de belangrijkste auteur onder de canonieke 'Grote Vijf” (naast hem ook Pieter Corneliszn. Hooft, Joost van den Vondel, Constantijn Huygens en Jacob Cats). Buiten de Republiek oefenden met name Hooft en Vondel een vrij grote invloed in Centraal Europa uit. Vondel inspireerde bijvoorbeeld de grootste toneelauteur van de Duitse barok, Andreas Gryphius uit Silezië.

Van P.C. Hooft zijn in Wroclaw onder meer de Dichtkunstige werken (Amsterdam, J. van Duisberg, 1657, BUWr 319119) aanwezig. Dit boek was eigendom van Albert von Sebisch (1610-1688), een enthousiast bemiddelaar van de Nederlandse ideeën. Van Vondel is er onder andere een exemplaar van de Gysbrecht van Aemstel (Amsterdam, wed. A. de Wees, 1659, BUWr 010044) uit de Majoraatsbibliotheek van de machtige Pruisische Graaf York. In diens collectie zijn trouwens nog meer Nederlandstalige dramatische werken te vinden: van Asselyn, Van Hoogstraten, Lescailje, Meijer en Pels.

Ik zal ingaan op de vraag wat de exemplaren van werk van Bredero, Hooft en Vondel ons - bijvoorbeeld door gebruikerssporen - kunnen vertellen over de receptie van hun oeuvre.


Sessie:
Panelsessie letterkunde
Presentator(s):
Lia van Gemert
Onderwerp:
Letterkunde
Presentatietype:
Panel
Locatie:
MSI 00.14
Datum:
donderdag, 30 augustus 2018
Tijdstip:
11:00 - 12:30